Krijg ik voorrang?        

 

De volgorde op de wachtlijst is de volgorde van de inschrijvingen. Als je inschrijft, kom je dus op de laatste plaats terecht. Voorbeeld: jij bent ingeschreven op plaats 100, dan krijgen eerst de 99 personen voor jou een woning.

Soms krijg je voorrang op een woning. De wet bepaalt wanneer.

 

Vier pijlers

 

Sinds 1 januari 2024 gebeuren de toewijzingen via 4 zogenaamde pijlers:

 

  • Pijler 1 zijn de standaardtoewijzingen
  • Pijler 2 zijn de versnelde toewijzingen
  • Pijler 3 zijn de toewijzingen aan specifieke doelgroepen
  • Pijler 4 zijn de interne mutaties wegens dringende reden en bijzondere toewijzingen

 

Wat die pijlers inhouden, dat lees je hieronder.

 

Pijler 1: de standaardtoewijzingen

Standaard kijken we als woonmaatschappij naar:

  • de aangepastheid van de woning
  • de rationele bezetting van de woning
  • de langdurige woonbinding van de kandidaat-huurder
  • het verlenen of krijgen van mantelzorg van of aan een persoon die woont in de gemeente waar de toe te wijzen woning ligt 
  • de chronologische volgorde van de inschrijvingen

Aangepastheid van de woning

We controleren of je een aangepaste woning nodig hebt. Een aangepaste woning is aangepast aan personen met een fysieke handicap of beperking en die nood hebben aan zo’n woning. 
Daarnaast kan een sociale assistentiewoning of een ADL-woning alleen toegewezen worden aan de kandidaat-huurder die zich voor deze woningen heeft ingeschreven.

Rationele bezetting

Met hoeveel mensen mag je in een woning wonen? Dat is de rationele bezetting. Elke woonmaatschappij bepaalt zelf de rationele bezetting en integreert dit ook in het intern huurreglement. Je vindt onze invulling van de rationele bezetting terug in bijlage 1.

Langdurige woonbinding van de kandidaat-huurder

Het aantal jaar dat je in de gemeente hebt gewoond waar de huurwoning ligt. Dat is de langdurige woonbinding. Standaard besliste Vlaanderen dat als je de afgelopen tien jaar minstens vijf jaar onafgebroken in de gemeente woonde, dat je dan voorrang krijgt.

De wetgeving laat toe dat een gemeente die regels strenger maakt. Bijvoorbeeld zeggen dat kandidaat-huurders de afgelopen vijftien jaar onafgebroken in de gemeente hebben gewoond. Dit is dus een verstrenging.

Is een woonmaatschappij actief in verschillende gemeenten? Dan kunnen die gemeenten beslissen dat de langdurige woonbinding voor alle gemeenten telt, en niet alleen voor de gemeente waar jij woont.

In ons toewijzingsreglement lees je alles over de langdurige woonbinding in de gemeenten waar wij werken.

Mantelzorg

Geef of ontvang je mantelzorg van een persoon in de gemeente waar de toe te wijzen woning ligt? Dan kan je als kandidaat-huurder voorrang krijgen. Dit is een beslissing van de gemeenten uit ons werkingsgebied.
Meer weten? Kijk in ons toewijzingsreglement.

De chronologische volgorde van de inschrijvingen in het inschrijvingsregister 

Standaard gaat een woning naar wie het langste op de wachtlijst staat.

 

Pijler 2: versnelde toewijzingen

Pijler 2 zijn de versnelde toewijzingen. Het is een vast percentage van 20% van alle toewijzingen per jaar in het werkingsgebied of in het deelwerkingsgebied. De toewijzingsraad van de woonmaatschappij berekent het aandeel.

Binnen deze pijler (versnelde toewijzingen) zijn er 5 hoofddoelgroepen:

  1. dak- en thuislozen of personen die dak- of thuisloos dreigen te worden
  2. jongeren die begeleid zelfstandig wonen of begeleid zelfstandig gaan wonen met begeleiding door een erkende dienst 
  3. kandidaat-huurders met een geestelijke gezondheidsproblematiek 
  4. kandidaat-huurders die in slechte huisvesting wonen 
  5. en kandidaat-huurders die zich in bijzondere omstandigheden van sociale aard bevinden. 

Binnen de hoofddoelgroep van (dreigende) dak- en thuisloosheid zijn er nog 5 subdoelgroepen:

  • De kandidaat-huurder die geen huisvesting of opvang heeft of verblijft in de nachtopvang.

 

  • De kandidaat-huurder die een instelling of gevangenis verlaat en ergens anders geen woonrecht heeft.

 

  • De kandidaat-huurder die in een opvangtehuis, noodwoning, crisisopvang, transitwoning of hotel verblijft.

 

  • De kandidaat-huurder die zijn woonrecht verliest en tijdelijk bij familie of vrienden woont.

 

  • De kandidaat-huurder waarvan de huurovereenkomst is opgezegd door de eigenaar met een opzegtermijn van minder dan 3 maanden. Of een kandidaat-huurder die de woning verplicht moet verlaten binnen een termijn van 3 maanden.

 

Wie behoort tot deze subdoelgroepen is beslist door onze toewijzingsraad.

Binnen hoofddoelgroep van kandidaat-huurders die in slechte huisvesting wonen, zijn 3 subdoelgroepen van toepassing:

  • Een kandidaat-huurder die ergens woont wat officieel geen woning is. Er zijn ook veel gebreken en de basisnutsvoorzieningen zijn er niet of werken slecht. Een voorbeeld is een garagebox.
  • Een kandidaat-huurder van wie de woning onbewoonbaar is verklaard op basis van art. 135 van de Nieuwe Gemeentewet of ongeschikt is verklaard met toepassing van art. 3.12 of 3.16 van de VCW als die woning op het technisch verslag minstens 3 gebreken van categorie 2 of 3 onder de hoofdrubrieken Omhulsel of binnenstructuur vertoont.
  • De kandidaat-huurder die zijn hoofdverblijfplaats heeft of had in een woning die overbewoond is verklaard. 

 

Belangrijk om te weten:
Binnen pijler 2 (versnelde toewijzingen):

  • Telt de lokale binding niet. Versnelde toewijzingen zijn toewijzingen waarbij de dringende woonnood of specifieke omstandigheden van de kandidaat-huurder primeren en aanleiding geven tot een prioritaire behandeling.
  • Een welzijnsactor moet een kandidaat-huurder aanmelden om in aanmerking te komen voor een versnelde toewijzing. Een gewone inschrijving is dus niet genoeg om als kandidaat-huurder in aanmerking te komen voor een versnelde toewijzing.

 

Pijler 3: toewijzing aan specifieke doelgroepen

Pijler 3 is de toewijzing aan kandidaat-huurders die behoren tot een specifieke doelgroep. Slechts 1/3de van onze woningen kunnen we toewijzen aan deze kandidaat-huurders en gebeurt op basis van lokale noden.

De gemeenten van ons werkingsgebied werken met een vastgelegde lijst van doelgroepen die ze voorrang geven. Je kan dit nalezen in het toewijzingsreglement van onze woonmaatschappij.

Het gaat hierbij om volgende specifieke doelgroepen:

  • Personen ouder dan 65 jaar
  • Jongeren die met begeleiding zelfstandig wonen/gaan wonen
  • Personen met een fysieke of mentale beperking of handicap
  • Personen in beschut wonen of een tewerkstellingsprogramma
  • Personen met een geestelijke gezondheidsproblematiek
  • Personen die dak- en thuisloos zijn of dat dreigen te worden

Belangrijk om te weten:
Binnen pijler 3 (toewijzing aan specifieke doelgroepen) telt de lokale binding.

 

Pijler 4: Interne mutaties wegens dwingende reden en bijzondere toewijzingen

 

Pijler 4 zijn interne mutaties om dwingende redenen en andere verplichte toewijzingen.
 

Het gaat om: 

  • Zittende huurders die moeten verhuizen door sloop, renovatie of verkoop van hun sociale woning.
  • Huurders die onderbezet wonen.
  • Huurders die overbezet wonen.
  • Huurders die niet meer voldoen aan de rationele bezetting.
  • Huurders waarvan de vooraf gemelde gezinshereniging plaatsvindt.
  • Het niet meer nodig hebben van een aangepaste woning in het kader van een fysieke handicap of een assistentiewoning.
  • Kandidaat-huurders die verhaal indienden bij de toezichthouder en gegrond werd bevonden.
  • En ten slotte huurders die moeten herhuisvest worden bij de beëindiging van het hoofdhuurcontract van een ingehuurde woning (de SVK-woningen).

Pijler 4 telt niet bij andere vrijwillige mutatie-aanvragen van zittende huurders. Bijvoorbeeld: een zittende huurder wil verhuizen naar een nieuwe wijk met hetzelfde aantal slaapkamers die hij nu ook rationeel kan bezetten. Dit soort toewijzingen worden in de andere pijlers opgevangen.

De voorrangsregels binnen pijler 4 zijn de volgende:
1° overbezetting van de sociale huurwoning
2° het niet meer nodig hebben van een aangepaste woning (aangepast aan fysieke mogelijkheden personen met handicap en sociale assistentiewoningen)
3° het gegrond vinden van het verhaal bij de toezichthouder
4° kandidaat-huurder moet verplicht zijn private woning verlaten
5° niet meer voldoen aan de rationele bezetting
6° vooraf gemelde gezinshereniging die plaatsvindt
7° het herhuisvesten bij de beëindiging van het hoofdhuurcontract van een ingehuurde woning
8° onderbezetting van de sociale huurwoning
9° wegens sloop-, renovatie- of aanpassingswerkzaamheden aan de sociale huurwoning of omdat de sociale huurwoning wordt verkocht. 

Belangrijk om te weten
De voorrangen 1° tot en met 6° moeten we achtereenvolgens toepassen. Bij de voorrangen 7° tot en met 9° kunnen we een absolute voorrang verlenen.